Het verwerken van het nieuws dat u drager bent, kan tijd kosten. Voor veel mensen komt het wel als een bevestiging van een vermoeden wat al langer bestaat. Het besef drager te zijn kan echter nare herinneringen oproepen. Bijvoorbeeld aan het feit dat familieleden kanker hebben gehad of daar misschien aan zijn overleden. Ook kan het besef risicodrager te zijn, meespelen in de wens om wel of geen kinderen te krijgen. Hoe mensen hiermee omgaan is heel persoonlijk en verschillend. Sommigen vinden het bijvoorbeeld prettig om te weten waar ze aan toe zijn. Bij anderen kan het soms de angst voor kanker versterken.
Als blijkt dat u een drager van een erfelijke aanleg bent, komt u in aanmerking voor controle-onderzoek. Het verschilt per soort kanker waaruit dat onderzoek bestaat en hoe vaak u daarvoor naar het ziekenhuis moet. De kans bestaat dat u zich patiënt voelt en misschien door anderen ook als zodanig wordt behandeld, zonder dat u de ziekte hebt. Mogelijk komt u in aanmerking voor een risicoreducerende operatie. Dit kan heel ingrijpend zijn.
Erfelijke aanleg voor kanker is niet aan geslacht gebonden en kan door zowel mannen als vrouwen worden doorgegeven aan hun zonen en dochters.